Geschiedenis van hospice de liefde

maart 2018

Loslaten kun je leren

Hospice de liefde is ontstaan uit een ervaring: de ervaring dat regelmatige beoefening van meditatie (of mindfulness) ons helpt om ons minder snel door onze angst voor de dood op sleeptouw te laten nemen. Langzamerhand leren we met meer rust naar onze angst te kijken, er een zeker respect voor op te brengen, en ten slotte zelfs om haar te omarmen: zonder angst voor de dood is leven niet mogelijk.

 

Verlangen

Uit deze ervaring werd een verlangen geboren: wat zou het mooi zijn om deze ervaring, al was het maar voor een klein stukje, te kunnen delen met mensen die nu acute doodsnood ervaren. We hebben zelf immers de ervaring, dat de aanwezigheid van mensen die meer geoefend zijn in de omgang met hun doodsangst ons helpt om zelf meer rust te vinden. Daar kunnen mensen die weten dat hun einde (acuut of op langere termijn) aanstaande is hun voordeel mee doen.

Vorm

Hoe kunnen we het best vormgeven aan dat verlangen naar delen? Die vraag bracht een aantal mensen in de loop van 2007 bij elkaar. Het initiatief ging uit van mensen met een boeddhistische achtergrond, maar er namen ook mensen deel die om andere redenen (‘meer nabijheid in de zorg’) of met andere (religieuze) achtergronden belangstelling hadden voor een meer ‘intieme’ benadering van de dood. Eind 2007 richtten zij een stichting op: de Stichting Vrienden van het hospice de liefde.

 

Hospice

De gedachte was om een kleinschalig hospice op te richten, waarin de begrippen ‘leren loslaten’ en ‘afscheid nemen’ centraal zouden staan. Leidend bij de keuze van die begrippen is de waarneming dat mensen met minder lijden over de laatste drempel stappen, naar mate ze meer in de gelegenheid zijn geweest om afscheid te nemen en los te laten. Het op te richten hospice wilde zijn gasten maximaal faciliteren bij het realiseren van die laatste levenstaken, al was het maar voor een uur, een dag of een week. En de sfeer in het hospice zou vooral bepaald moeten worden door mensen die voorop gaan in het leren loslaten en afscheid nemen.

Website en congressen

De eerste taak van de nieuwe stichting was om een platform te zoeken voor dit gedachtegoed. Realisatie van een dergelijk hospice vraagt immers om de actieve betrokkenheid van velen, nodig bij het realisatieproces en bij het leveren van de gewenste zorg. Als eerste stap werd op 1 januari 2008 een website gelanceerd, waarin bovenstaande gedachtegoed onder de aandacht werd gebracht. Ook werden in 2008 en 2009 twee congressen georganiseerd in Rotterdam, die ongeveer 150 belangstellenden bijeen brachten, vooral uit de wereld van de palliatieve en terminale zorg en van verschillende boeddhistische stromingen. Er werden enkele radioprogramma’s rond het initiatief gemaakt, en de Nieuwsbrief die vanaf de site werd gestuurd trok al snel ongeveer 500 abonnees. De stichting trok hieruit de conclusie dat er draagvlak voor verdere ontwikkeling van het gepubliceerde gedachtegoed was.

Leergang

Het leveren van het soort zorg dat ons voor ogen staat vraagt om continue beschikbaarheid van ongeveer 100 vrijwilligers. Ook de verspreiding van het gedachtegoed en het vinden van draagvlak ervoor vraagt om ‘ambassadeurs’ en vrijwilligers. Vanuit die gedachte is vanaf 2010 de ‘leergang omgaan met de realiteit van ouderdom, ziekte en dood’ ontwikkeld door enkele ervaren trainers, een hoogleraar psychologie en enkele ervaringsdeskundigen. Er worden steeds kleine (10-15 mensen) groepen vrijwilligers getraind in bovengeschetste gedachtegoed, steeds in leergangen van zes dagen, verspreid over drie maanden. Inmiddels zijn ongeveer 110 vrijwilligers opgeleid. Probleem was steeds, dat er geen zekerheid was over de opleverdatum van het hospice. Getrainde vrijwilligers zijn dus uitgewaaierd naar andere instellingen van zorg. Deelnemers geven hoge cijfers aan deze leergang.

Realisatie van het hospice

De eerste gedachte was om het hospice te realiseren in samenwerking met de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) en met een grote zorgverzekeraar (Achmea). Zij waren op dat moment met elkaar in gesprek over vormen van samenwerken in de zorg. De gedachte aan een hospice werd door beide partners ook positief ontvangen, maar helaas strandde de samenwerking tussen de BUN en Achmea in 2009, zodat de beoogde bron van financiering voor het hospice kwam te vervallen.

Daarna heeft de stichting ‘Vrienden van…’ steeds een tweesporenbeleid gevoerd:

  1. onderzoeken of zelfstandige realisatie mogelijk was, en
  2. onderzoeken of samenwerking met 1 of 2 zorgpartners mogelijk was.

Uiteindelijk is er een mengvorm gevonden: het hospice wordt nu gerealiseerd in samenwerking met drie belangrijke stakeholders: de Stichting Volkskracht Historische Monumenten, Allerzorg BV (een middelgrote nationale zorgleverancier) en Fundis BV, dat zijn netwerk en know how ter beschikking stelt.

Daarnaast zijn andere grote instellingen betrokken geraakt als geldgevers, waaronder de stichting Roparun en het VSB-fonds. Hun samenwerking wordt mogelijk gemaakt door de gezamenlijke wens om zieke mensen in hun laatste levensfase te helpen om hun dood menswaardig tegemoet te treden. Voor de exploitatie van het feitelijke hospice is inmiddels een aparte stichting opgericht, de stichting hospice de liefde.

 

Vervolg

Alleen onze gezamenlijke wens, lezer, om mensen te helpen hun laatste levensfase met waardigheid door te maken staat garant voor het (voort)bestaan van ons hospice. Wij helpen u en uw geliefden graag, en doen ook daarom een beroep op uw betrokkenheid.

 

Rotterdam, maart 2018
bestuur stichting hospice de liefde